Uitlevering uit Kazachstan stoppen: gronden en termijnen
In Kazachstan beslist de procureur-generaal of diens plaatsvervanger over uitlevering. De opgeëiste persoon of zijn advocaat kan die beslissing rechtstreeks bij het Hooggerechtshof aanvechten binnen tien dagen na ontvangst van een afschrift. Wanneer dat beroep is ingesteld, mag de feitelijke overdracht niet plaatsvinden voordat de uitspraak van het Hooggerechtshof rechtskracht krijgt (artikelen 591 en 592 van het Wetboek van Strafvordering). Om uitlevering te verhinderen moet de verdediging een toepasselijke weigeringsgrond van artikel 590 of een verdragsbepaling onderbouwen met concrete stukken.
Het rechtsmiddel tegen een door de onderzoeksrechter opgelegd uitleveringsarrest is afzonderlijk geregeld: drie dagen na de uitspraak van die rechter, met toetsing door de regionale rechter of een gelijkgesteld gerecht. Een bezwaar tegen vrijheidsbeneming vervangt het beroep tegen de uitleveringsbeslissing niet. Voor de volledige procedure verwijzen wij naar de gids over uitlevering vanuit Kazachstan; hieronder staan de verweren en termijnen centraal.
Wie beslist: de procureur-generaal, het Hooggerechtshof of de regionale rechter?
Artikel 591 van het Kazachse Уголовно-процессуальный кодекс Республики Казахстан (Wetboek van Strafvordering, wet nr. 231-V van 4 juli 2014) legt de beslissing om uit te leveren of het verzoek af te wijzen bij de Генеральный Прокурор Республики Казахстан (procureur-generaal van Kazachstan) of diens plaatsvervanger. Dit gebeurt na onderzoek van het uitleveringsdossier. De betrokkene en zijn verdediging worden geïnformeerd; bij een positief uitleveringsbesluit moet een afschrift worden verstrekt en het beroepsrecht worden uitgelegd. Een districtsrechtbank in Almaty of Astana beslist dus niet zelf definitief over de overdracht.
Het Верховный Суд Республики Казахстан (Hooggerechtshof van Kazachstan) toetst op grond van artikel 592 de rechtmatigheid en onderbouwing aan nationaal recht en geldende internationale verdragen. Het spreekt zich niet uit over de schuld in de buitenlandse strafzaak en controleert niet alle beslissingen van buitenlandse opsporingsinstanties. Een onderzoeksrechter van de districtsrechtbank of een gelijkgesteld gerecht beslist daarentegen op verzoek van een aanklager over uitleveringsdetentie. Tegen dat bevel is volgens artikelen 589 en 107 beroep bij de regionale of gelijkgestelde rechter mogelijk.
Daarom moeten de vraag of Kazachstan iemand mag overdragen en de vraag of detentie of borgtocht gerechtvaardigd is afzonderlijk worden gesteld. Een detentieberoep levert niet automatisch de schorsing van overdracht op die artikel 591(4) verbindt aan een beroep tegen uitlevering. Ook de algemene procedure van artikel 106 mag niet worden verward met het bijzondere rechtsmiddel van artikel 592.
Welke weigeringsgronden bevat artikel 590 precies?
Artikel 590 lid 1 noemt gevallen waarin uitlevering niet is toegestaan wanneer de wettelijke voorwaarden zijn vervuld. Lid 2 kent een discretionaire grond: de autoriteit kan weigeren vanwege de plaats van het feit of een Kazachs staatsbelang, maar hoeft dat niet automatisch te doen. Voor elk verweer zijn de toepasselijke bepaling en passend bewijs nodig.
| Grond en wetsartikel | Rechtsgevolg | Benodigde stukken en controles |
|---|---|---|
| Kazachs staatsburgerschap, art. 590(1)(1) | Verbod indien het verdrag met de verzoekende staat uitlevering van eigen onderdanen niet toestaat | Nationaliteitsdocumenten, verkrijgingsdatum en de exacte verdragsclausule; een paspoort alleen beslist de verdragsuitzondering niet. |
| Feiten vormen geen strafbaar feit in Kazachstan, art. 590(1)(2) | Verplichte weigering | Feitenomschrijving en vergelijking van bestanddelen van delicten, niet enkel strafrechtelijke benamingen. |
| Geen gevangenisstraf voor het feit volgens Kazachs recht, art. 590(1)(3) | Verplichte weigering | Toepasselijke strafbepaling en wettelijke sanctie. |
| Kazachstan heeft asiel verleend, art. 590(1)(4) | Wettelijke belemmering | Definitieve of geldige asieltoekenning; een lopende aanvraag is iets anders. |
| Onherroepelijke uitspraak of beëindigde procedure voor hetzelfde feit, art. 590(1)(5) | Weigering indien de wettelijke voorwaarden vaststaan | Gecertificeerde uitspraak, identiteit van feit en persoon en rechtskracht. |
| Verjaring of andere rechtsbelemmering, art. 590(1)(6) | Weigering als vervolging of tenuitvoerlegging bij ontvangst van het verzoek niet meer mogelijk was | Ontvangstdatum, termijnen, schorsingen, stuitingen en processtukken. |
| Dreigende doodstraf, foltering of vervolging, art. 590(1)(7) | Verbod met aandacht voor de verdragsclausule en het beginsel van non-refoulement | Individuele bedreigingen, eerdere mishandeling, beschermde kenmerken en beoordeling van diplomatieke garanties. |
| Privaat vervolgbaar delict of militair delict, art. 590(1)(8)–(9) | Weigering behoudens uitdrukkelijke verdragsuitzondering | Juiste Kazachse delictkwalificatie en toepasselijk verdrag. |
| Essentiële aanvullende informatie ontbreekt, art. 590(1)(10) | Weigering als de procureur-generaal noodzakelijke stukken vroeg die niet werden aangeleverd | Verzoek om aanvulling, antwoord en belang van de ontbrekende gegevens. |
| Strijd met een verdrag of andere verdragsgrond, art. 590(1)(11)–(12) | Weigering bij een bindende toepasselijke verplichting | Verdragspartijen, geldigheid, voorbehouden, uitzonderingen en concrete tekst. |
| Feit op Kazachs grondgebied of gericht tegen zijn belangen, art. 590(2) | Facultatieve weigering | Plaatsgegevens, getuigen en betreffende Kazachse belangen. |
Een beroep op foltergevaar heeft meer nodig dan een algemeen landenrapport. Maak inzichtelijk wat deze persoon heeft meegemaakt en kan verwachten: eerdere arrestaties, medische gevolgen, politieke of religieuze achtergrond, bedreigingen, personen met een vergelijkbaar profiel en mogelijke detentielocaties. Artikel 3 van het VN-Verdrag tegen foltering verbiedt overdracht bij zwaarwegende gronden voor een reëel risico op foltering. Uitsluiting van vluchtelingenstatus neemt die absolute verplichting niet weg. Diplomatieke toezeggingen moeten worden getoetst op betrouwbaarheid en feitelijke controle.
Paragraaf 20 van de bindende normatieve resolutie nr. 7 van het Hooggerechtshof van Kazachstan van 28 december 2009 (gewijzigd op 31 maart 2017) verlangt onderzoek naar een aanhoudend patroon van grove, flagrante of massale mensenrechtenschendingen in de verzoekende staat. Dit wordt gekoppeld aan artikel 590(1)(7) van het Wetboek en artikel 3 van het Antifolterverdrag. Landeninformatie is dus relevant, maar ook het voorzienbare persoonlijke risico moet worden onderbouwd; algemene rapporten en diplomatieke garanties vervangen geen individuele beoordeling.
Welk verdrag geldt tussen Kazachstan en de verzoekende staat?
Kazachstan is geen lid van de Europese Unie, zodat een Europees aanhoudingsbevel hier geen uitleveringsroute vormt. Evenmin is Kazachstan partij bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: een verzoek om een voorlopige maatregel op grond van Regel 39 bij het Hof in Straatsburg kan niet tegen Kazachstan worden gericht. Er moet worden vastgesteld welk land om uitlevering vraagt en welke bilaterale overeenkomst, multilaterale regeling of wederkerigheidsregel daadwerkelijk geldt. Een verdragsvoorbehoud van een niet-betrokken land is geen argument.
Voor verscheidene staten uit de voormalige GOS is het onderscheid tussen het Verdrag van Chişinău uit 2002 en het Verdrag van Minsk uit 1993 belangrijk. Kazachstan ratificeerde het Chişinău-verdrag bij wet nr. 531 van 10 maart 2004 en deponeerde zijn akte op 29 maart 2004. Het Economisch Gerechtshof van het GOS behandelde in zijn uitleg van 15 mei 2024 de onderlinge verhouding en terugtrekking. Het Kazachse ministerie van Justitie vermeldde op 16 juli 2026 dat Chişinău onder meer geldt met Oezbekistan, terwijl Minsk relevant blijft voor Georgië, Moldavië en Turkmenistan. Het juiste verdrag kan dus per verzoekend land verschillen. Controleer ook latere wijzigingen in deelname, voorbehouden en inwerkingtreding.
Verdragsargumenten horen eerst bij het onderzoek door de procureur-generaal en vervolgens, bij een positief besluit, in het beroep krachtens artikel 592. Europese overdrachtstermijnen of verdragsregels die tussen deze staten niet gelden, kunnen hier niet worden ingevoerd.
Zes termijnen met verschillende aanvangsmomenten
| Besluit of gebeurtenis | Termijn en aanvang | Gerecht of gevolg |
|---|---|---|
| Uitspraak onderzoeksrechter over uitleveringsdetentie, borgtocht of betrokken maatregel | 3 dagen na uitspraak, art. 107(2) | Via het oorspronkelijke gerecht naar de regionale of gelijkgestelde rechter, art. 589(5). |
| Ontvangst van afschrift van de beslissing tot uitlevering | 10 dagen na ontvangst, art. 592(1) | Beroep bij het Hooggerechtshof; overdracht wacht op de rechtskracht van zijn uitspraak, art. 591(4). |
| Detentie-instelling ontvangt het uitleveringsberoep | 24 uur na ontvangst, art. 592(2) | Doorzending aan het Hooggerechtshof en bericht aan het parket van de procureur-generaal. |
| Parket van procureur-generaal ontvangt bericht van het beroep | 10 dagen na kennisgeving, art. 592(3) | Overlegging van dossierstukken die het besluit ondersteunen. |
| Rechter van het Hooggerechtshof ontvangt het beroep | 1 maand vanaf ontvangst, uitzonderlijk verlengbaar, art. 592(4) | Doorgaans openbare behandeling met aanklager, betrokkene en raadsman. |
| Regionaal gerecht ontvangt het detentieberoep | 3 dagen vanaf ontvangst, art. 107(5) | Toetsing en in deze procedure definitieve uitspraak, geldend vanaf bekendmaking. |
Bewaar bewijs van de daadwerkelijke uitreiking van het uitleveringsbesluit, het tijdstip van de rechterlijke uitspraak en de ontvangstbewijzen van stukken die in detentie zijn ingediend. De tien dagen lopen niet vanaf de arrestatie of het bericht in de media; de drie dagen horen bij het rechterlijk detentiebesluit. Artikel 107(2), gelezen met artikel 50, biedt de mogelijkheid van herstel van een om geldige reden gemiste detentietermijn, maar maakt te laat indienen niet zonder risico. Het detentieberoep schorst de uitvoering van de betreffende beslissing volgens artikel 107(3) niet.
Wat kan het Hooggerechtshof beslissen? En hoe lang duurt detentie?
Op grond van artikel 592(7) kan het Hooggerechtshof het uitleveringsbesluit als onrechtmatig of ongegrond vernietigen, het beroep afwijzen of de beslissing opschorten terwijl wezenlijke vragen worden uitgezocht. In dat laatste geval voorziet de bepaling tevens in verlenging van de detentie met ten minste één maand. Vernietiging en afwijzing worden volgens artikel 592(8) van kracht bij de uitspraak. De rechter onderzoekt de rechtmatigheid van de Kazachse uitleveringsbeslissing en niet de volledige buitenlandse schuldvraag.
Artikel 589(7) voorziet bij een verzoek tot strafvervolging in twaalf maanden uitleveringsdetentie vanaf de arrestatie; wanneer uitlevering wordt gevraagd voor uitvoering van een straf mag de periode niet langer zijn dan de strafduur waarop de bepaling ziet. Leden 10 en 11 regelen invrijheidstelling en gevallen waarin opnieuw uitleveringsdetentie kan worden toegepast. Het in 2025 ingevoerde artikel 589-1 regelt onder voorwaarden en met uitzonderingen het gebruik van borgtocht via het openbaar ministerie en de onderzoeksrechter. Vrijlating om detentieredenen vernietigt de uitleveringsbeslissing niet automatisch.
Asiel en vluchtelingenstatus: twee verschillende procedures
De Kazachse vluchtelingenwet nr. 216-IV van 4 december 2009 kent een eigen administratieve rechtsgang. Artikel 15 laat beroep toe tegen een beslissing van het lokale uitvoerende orgaan van de hoofdstad, een regio of een stad van republikeinse betekenis om de vluchtelingenstatus te weigeren, niet te verlengen of in te trekken. Daadwerkelijk door Kazachstan verleend asiel kan de weigeringsgrond van artikel 590(1)(4) opleveren. Een lopende asielprocedure of beroep over vluchtelingenstatus is niet dezelfde rechtsfiguur.
Het persoonlijke risico op vervolging of foltering moet waar nodig in beide bevoegde procedures met de juiste documenten worden uitgewerkt: chronologie, eerdere bedreigingen, medische verklaringen en betrouwbare actuele landeninformatie. Een negatieve vluchtelingenbeslissing bewijst niet automatisch dat uitlevering veilig is. Controleer de afzonderlijke beroepstermijnen en mogelijkheden voor voorlopige bescherming. Ga er niet van uit dat het indienen van een statusberoep de uitvoering van een uitleveringsbesluit vanzelf stillegt; het beroep volgens artikel 592 blijft essentieel.
Kan het VN-Comité tegen foltering voorlopige bescherming bieden?
Kazachstan erkent sinds 21 februari 2008 de bevoegdheid van het VN-Comité tegen foltering voor individuele klachten onder artikel 22 van het verdrag. Als aan ontvankelijkheidsvoorwaarden, waaronder de vereiste binnenlandse rechtsmiddelen, is voldaan, kan een klacht en een verzoek om voorlopige maatregelen worden ingediend. Dit is geen gewoon nationaal beroep. Een aanvraag wordt niet automatisch toegewezen en veroorzaakt niet vanzelf een Kazachse executieschorsing; ga na wat het Comité daadwerkelijk heeft verzocht en of dat wordt nageleefd.
In Abdussamatov e.a. tegen Kazachstan, zaak 444/2010, beslissing van 1 juni 2012, oordeelde het Comité dat artikel 3 was geschonden door overdracht aan Oezbekistan zonder voldoende individuele risicobeoordeling. In Tursunov tegen Kazachstan, 538/2013, beslissing van 8 mei 2015, stelde het schendingen vast van artikelen 3 en 22, waaronder uitlevering ondanks een verzoek om voorlopige maatregelen. Het gaat om bevindingen van een VN-verdragsorgaan, niet om nationale precedenten van het Kazachse Hooggerechtshof.
De uitspraken Kaboulov tegen Oekraïne (41015/04, 19 november 2009) en Baysakov e.a. tegen Oekraïne (54131/08, 18 februari 2010) betroffen voorgenomen overdrachten vanuit Oekraïne naar Kazachstan. Ze toetsten de verplichtingen van Oekraïne onder het EVRM, niet de actuele bevoegdheden van Kazachstan om aan een derde staat uit te leveren. Ze openen geen Straatsburgse procedure tegen Kazachstan en zijn geen vervanging voor nieuwe risicogegevens.
Houdt een constitutioneel verzoek de overdracht tegen?
Het Конституционный Суд Республики Казахстан (Constitutioneel Hof van Kazachstan) fungeert niet als hoger beroep over de feiten. Artikel 45 van de constitutionele wet in de versie vanaf juli 2026 staat Kazachse staatsburgers onder voorwaarden toe een normatieve bepaling aan te vechten die in hun eigen rechtszaak door een rechter is toegepast en hun grondrechten rechtstreeks raakt. Er moet een definitieve beslissing in hoger beroep zijn, de gestelde schending moet duidelijk blijken en het verzoek moet binnen één jaar na die beslissing worden ingediend. Het Hof herbeoordeelt de buitenlandse strafzaak niet en schorst uitlevering niet automatisch. Buitenlanders kunnen zich niet zonder meer beroepen op deze persoonlijke burgerroute; verzoeken van bevoegde instanties hebben eigen regels.
Welke documenten verzamelen en welke fouten vermijden?
Bewaar steeds afzonderlijk het bewijs van ontvangst van het uitleveringsbesluit en dat van een arrestatie- of detentiebesluit: beide openen een andere rechtsgang. Voeg bij een beroep op artikel 590 stukken over de concrete buitenlandse strafzaak en persoonlijke risico's; een algemene landenbeschrijving alleen is geen vervanging voor individueel bewijs. Vraag schriftelijk of een daadwerkelijke opschorting van overdracht geldt en leid die niet af uit het enkele feit dat elders een asielverzoek of constitutionele procedure is ingediend.
- Gedateerd afschrift van het besluit van de procureur-generaal, ontvangstbewijs, detentie- of borgtochtbesluit met datum van uitspraak, en bewijs van iedere indiening.
- Buitenlands uitleveringsverzoek, aanklacht, arrestatiebevel of vonnis, vertalingen en documenten betreffende identiteit en nationaliteit; onderscheid vervolging van strafexecutie.
- Vergelijking van het strafbare feit en de toepasselijke gevangenisstraf in Kazachstan, verjaring berekend op ontvangst van het verzoek en definitieve eerdere besluiten over dezelfde handelingen.
- Asiel- en vluchtelingendocumenten, persoonlijke bewijzen van foltering of vervolging, medische stukken en een concrete beoordeling van diplomatieke toezeggingen.
- Het werkelijk toepasselijke verdrag tussen beide landen, voorbehouden en data, en afzonderlijke processtukken voor uitlevering, detentie en eventuele voorlopige VN-bescherming.
Ten slotte zijn er verschillende soorten uitkomsten: vernietiging van uitlevering, wijziging van detentie of borgtocht, medisch uitstel van feitelijke overdracht volgens artikel 593, bescherming in een vluchtelingenprocedure en verwijdering van INTERPOL-gegevens. Dit zijn geen uitwisselbare procedures; elk verzoek kent eigen voorwaarden, een bevoegde instantie en soms een eigen beroepstermijn. Een beroepschrift bij het Hooggerechtshof noemt daarom de exacte paragraaf van artikel 590 en de tussen beide landen geldende verdragsregel en legt concreet uit waarom het Kazachse besluit daarmee in strijd is. Alleen wijzen op onschuld aan de buitenlandse verdenking voldoet niet aan de grenzen van toetsing onder artikel 592(6).
Het soort bewijs verschilt per grond. Voor staatsburgerschap tellen ook de datum van verkrijging en de clausule van het toepasselijke verdrag. Bij dubbele strafbaarheid moeten de feitelijke gedragingen worden vergeleken met alle bestanddelen van de Kazachse strafbepaling; uiteenlopende namen van delicten zeggen op zichzelf weinig. Bij verjaring gaat het om het ontvangsttijdstip van het verzoek en om de juiste onderbrekings- en schorsingsregels. Bij foltergevaar moet algemene landeninformatie worden toegespitst op de eigen bedreigingen, detentiegeschiedenis en eventuele diplomatieke garanties.
Stel eerst vast welk document precies is uitgereikt. Een opsporingssignalering, een buitenlands arrestatiebevel of een detentiebevel van de Kazachse onderzoeksrechter is niet noodzakelijk het uitleveringsbesluit van de procureur-generaal waarmee de termijn van tien dagen begint. Vraag een volledige kopie op, noteer de naam van de beslisser en de feitelijke ontvangstdatum en bewaar de bewijsstukken van betekening. Is iemand gedetineerd, laat dan de indiening van het beroep bij de inrichting bevestigen. De wettelijke termijn van vierentwintig uur voor de administratie om dat beroep door te zenden is geen verlenging van de beroepstermijn van de gedetineerde.
Hypothetisch voorbeeld: een Oezbeeks staatsburger wordt in Almaty vastgehouden. Hij ontvangt het uitleveringsbesluit en beschikt over documenten waaruit blijkt dat hij eerder tijdens verhoren in Oezbekistan is gefolterd. Zijn verdediging moet het individuele risico krachtens artikel 590(1)(7) bij het Hooggerechtshof aanvoeren met het beroep van artikel 592 binnen tien dagen na ontvangst en bewijs van indiening bewaren. Het detentieberoep en eventuele VN-spoedmaatregelen moeten apart worden behandeld. Een asielaanvraag of enkel een detentieberoep garandeert geen opschorting of uitkomst.
Een INTERPOL Red Notice is op zichzelf geen internationaal aanhoudingsbevel. De Commission for the Control of INTERPOL’s Files (CCF) kan verzoeken tot inzage, correctie of verwijdering van INTERPOL-gegevens beoordelen; sinds maart 2026 verlopen aanvragen normaliter via een speciaal onlineportaal. De CCF kan het Kazachse uitleveringsbesluit niet vernietigen. Zie controle van een Red Notice. Verwar uitlevering ook niet met vreemdelingenrechtelijke uitzetting, waarvoor andere besluiten en waarborgen gelden.
Veelgestelde vragen
Kan iemand tijdens het beroep in detentie blijven?
Ja. Een verbod op overdracht beëindigt de bestaande detentietitel niet vanzelf; daarvoor bestaat een apart rechtsmiddel.
Onderzoekt het Hooggerechtshof of de buitenlandse beschuldiging vals is?
Nee. Artikel 592(6) beperkt de controle tot de rechtmatigheid van de Kazachse uitleveringsbeslissing en niet de schuldvraag.
Kan een familielid zelfstandig beroep instellen?
Artikel 592(1) noemt de opgeëiste persoon en zijn advocaat. Familieleden kunnen stukken verzamelen en bijstand regelen, maar zijn daardoor niet automatisch beroepsgerechtigd.
Vernietigt ernstige ziekte de uitleveringsbeslissing?
Niet noodzakelijk. Artikel 593(1) voorziet in uitstel van de feitelijke overdracht wegens ernstige ziekte, niet in een verplichte weigering volgens artikel 590.
Lex Agency coördineert grensoverschrijdende verdediging met lokale advocaten. Voor het beoordelen van stukken en termijnen kunt u een zaakbeoordeling aanvragen.
Officiële bronnen en uitspraken
- Criminal Procedure Code No. 231-V (consolidated; updated unofficial English translation)
- Law on Refugees No. 216-IV (consolidated)
- Constitutional Law on the Constitutional Court No. 153-VII
- Constitution of the Republic of Kazakhstan (2026 edition)
- Kazakhstan ratification of 2002 Chisinau Convention
- CIS Economic Court interpretation of 1993/2002 treaty relationship No. 01-1/1-24
- Kazakhstan: treaty-body acceptance and complaints table, including CAT art 22
- Abdussamatov and others v Kazakhstan, CAT communication 444/2010
- Tursunov v Kazakhstan, CAT communication 538/2013
- Baysakov and Others v Ukraine, application 54131/08
- Kaboulov v Ukraine, application 41015/04
- CCF filing and limits of jurisdiction
- International legal assistance: Minsk and Chisinau conventions, official state-pair list
- Hooggerechtshof van Kazachstan, normatieve resolutie nr. 7, paragraaf 20