Uitlevering uit België: procedure, rechtbanken en termijnen
België kent twee afzonderlijke procedures: de Uitleveringswet van 15 maart 1874 geldt voor veel verzoeken uit landen buiten de Europese Unie; de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel (EAB) regelt de overlevering tussen EU-lidstaten. Bij gewone uitlevering verklaart een rechtbank het buitenlandse aanhoudingsbevel uitvoerbaar en geeft een kamer van het hof van beroep advies, maar de regering neemt de uiteindelijke uitvoerende beslissing. Bij een EAB beslissen de Belgische gerechtelijke autoriteiten en zijn de wettelijke termijnen veel korter. Een opsporingsmelding maakt op zichzelf niet duidelijk welke procedure geldt: vraag eerst het Belgische document op dat de vrijheidsbeneming rechtvaardigt.
Bepaal eerst de procedure: uitlevering, EAB of een ander mechanisme
Vraag de politie, de onderzoeksrechter of de advocaat naar het document dat de aanhouding juridisch grondt en naar de instantie die het dossier behandelt. Een INTERPOL-Red Notice of diffusion kan de Belgische autoriteiten wijzen op een buitenlands verzoek, maar bepaalt op zichzelf niet welk Belgisch rechtsinstrument de aanhouding toestaat en beslist niet of overlevering zal plaatsvinden. In een dringende gewone uitleveringszaak staat artikel 5 van de wet van 1874 een voorlopige aanhouding toe op basis van een bevel van een Belgische onderzoeksrechter, gebaseerd op een officiële kennisgeving van de verzoekende staat. Een EAB is een afzonderlijk gerechtelijk instrument onder de wet van 2003.
| Procedure | Belangrijkste grondslag | Wie beslist? | Direct controleren |
|---|---|---|---|
| Gewone uitlevering vanuit België aan een derde land | Wet van 1874 en toepasselijk verdrag | Rechterlijke toets van uitvoerbaarheid en advies van het hof van beroep, gevolgd door een uitvoerende beslissing | Verdrag, volledig verzoek en detentietitel |
| Europees aanhoudingsbevel (EAB) | Wet van 2003 en Kaderbesluit 2002/584/JBZ | Belgische gerechtelijke autoriteiten, niet de uitvoerende macht | Tijdstip aanhouding, toestemming, zitting en beroepstermijn van 24 uur |
| Verenigd Koninkrijk | Handels- en samenwerkingsovereenkomst EU–Verenigd Koninkrijk, deel drie, titel VII, en Belgisch recht | Bijzondere overleveringsroute na de Brexit; de wet van 2003 geldt tenzij de overeenkomst anders bepaalt | Toepasselijke TCA- en overgangsbepalingen |
| Noorwegen of IJsland | Overleveringsovereenkomst EU–Noorwegen/IJsland en artikel 14 van de wet van 1874 | Bijzondere overeenkomst plus Belgische procedure | Exact instrument en toepasselijke overeenkomst |
De algemene gids Hoe uitlevering werkt: van verzoek tot definitieve beslissing beschrijft de internationale volgorde. Deze pagina gaat over Belgische instanties, wettelijke drempels en procedurele termijnen.
Welke Belgische rechtbank en instantie behandelen gewone uitlevering?
De term “chambre du conseil / raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg” beschrijft slechts één fase. Volgens artikel 3 van de wet van 1874 verklaart de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg van de Belgische woonplaats van de persoon of de plaats waar die wordt aangetroffen het buitenlandse aanhoudingsbevel of een gelijkwaardig stuk uitvoerbaar. Deze formele rechterlijke stap is niet de definitieve uitvoerende toestemming tot overlevering.
Na aanhouding op grond van een stuk uit artikel 3 en de regelmatige betekening ervan vraagt de regering advies aan de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep in het rechtsgebied waar de persoon is aangehouden. Het openbaar ministerie en de betrokkene worden gehoord; bijstand door een advocaat is mogelijk. De zitting is openbaar, tenzij de betrokkene om behandeling met gesloten deuren verzoekt. Binnen 15 dagen na ontvangst van de stukken bezorgt de kamer een gemotiveerd advies aan de minister van Justitie. Die termijn betreft het advies, niet de hele zaak of de uiteindelijke uitvoerende beslissing.
De wet legt de eindbeslissing bij de regering. De uitvoerbaarverklaring, het adviserende oordeel en de uitvoerende beslissing zijn verschillende handelingen. Noteer van elk stuk de titel, de uitgevende instantie en de datum van betekening en controleer vervolgens het rechtsmiddel voor dat specifieke stuk. Pas de beroepstermijn van een EAB niet toe op een document over gewone uitlevering.
Wat zijn de belangrijkste stappen en termijnen?
| Stap | Instantie | Termijn of aanvangsmoment | Nuttige verdedigingsactie |
|---|---|---|---|
| Dringende voorlopige aanhouding | Onderzoeksrechter en politie | Artikel 5: vrijlating op deze voorlopige grond als de betrokkene binnen 40 dagen na aanhouding geen kennis heeft gekregen van het buitenlandse aanhoudingsbevel | Leg de aanhoudingsdatum vast en controleer of er een andere detentietitel is |
| Buitenlands bevel uitvoerbaar verklaard | Raadkamer van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg | Artikel 3 stelt geen algemene termijn voor de volledige gewone procedure vast | Controleer identiteit, echtheid, beschreven feiten en verdragsstukken |
| Advies over gewone uitlevering | Kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep in het aanhoudingsgebied | Gemotiveerd advies binnen 15 dagen na ontvangst van de stukken aan de minister | Bewijs, advocaat en vertolking voorbereiden; zo nodig besloten zitting vragen |
| Verschijning bij onderzoeksrechter voor EAB | Juge d’instruction (onderzoeksrechter) | Binnen 48 uur na de feitelijke vrijheidsbeneming (artikel 11) | Vraag het bevel, schriftelijke rechteninformatie, een tolk en een advocaat |
| EAB-beslissing in eerste aanleg | Raadkamer | Binnen 15 dagen na aanhouding (artikel 16) | Bekijk het dossier en identificeer ontbrekende informatie of vereiste garanties |
| EAB-procedure met toestemming | Openbaar ministerie, onder controle van de onderzoeksrechter | Beslissing binnen 10 dagen na geldige toestemming (artikel 13) | Controleer dat de toestemming geïnformeerd is en losstaat van afstand van specialiteit |
| Beroep tegen EAB-beslissing | Kamer van inbeschuldigingstelling | Beroep binnen 24 uur na betekening aan de persoon of, indien van toepassing, op diens woonadres of gekozen betekeningsadres; uitspraak binnen 15 dagen na het instellen van beroep (artikel 17) | Neem onmiddellijk contact op met de advocaat; de termijn wordt in uren berekend |
| Definitieve EAB-beslissing en overlevering | Gerechtelijke autoriteit; het openbaar ministerie coördineert de overdracht | Definitieve beslissing normaal binnen 60 dagen na aanhouding; in specifieke gevallen kan de termijn met 30 dagen worden verlengd. Overlevering normaal binnen 10 dagen na de definitieve beslissing | Volg de beslistermijn en de afzonderlijke overleveringstermijn |
De wijziging van de EAB-wet die op 2 augustus 2026 in werking trad, schrapte de vroegere uitdrukkelijke bepalingen die vrijlating voorschreven uitsluitend omdat de termijn van 15 dagen voor de beslissing in eerste aanleg of in beroep was verstreken. De termijnen blijven belangrijk, maar hun overschrijding activeert niet langer de ingetrokken regels voor automatische vrijlating. Op grond van artikel 20 kan afzonderlijk om vrijlating worden verzocht; de voortzetting van de detentie moet aan de hand van de omstandigheden worden beoordeeld. In Lanigan (C-237/15 PPU) oordeelde het Hof van Justitie dat het verstrijken van de Europese beslistermijn de procedure niet automatisch beëindigt en geen automatische vrijlating vereist; de persoon moet wel worden vrijgelaten als de detentie buitensporig lang duurt.
Bij gewone uitlevering kan de betrokkene op grond van artikel 5 ook voorlopige invrijheidstelling vragen onder de voorwaarden die voor een Belg gelden. Het verzoek wordt aan de raadkamer voorgelegd. De termijn van 40 dagen betreft de kennisgeving van het buitenlandse bevel na voorlopige aanhouding; het is geen universele maximumduur voor elke uitleveringsdetentie. Controleer het toepasselijke verdrag en elke afzonderlijke detentietitel.
Welke rechtsgrondslagen en verdragsbepalingen moeten worden gecontroleerd?
| Instrument | Wanneer relevant | Belgisch aandachtspunt |
|---|---|---|
| Wet van 15 maart 1874, artikelen 1–5 en 7 | Gewone uitlevering en voorlopige aanhouding | Artikel 1: verdrag, wederkerigheid en strafdrempels; artikel 2: feiten buiten de verzoekende staat; artikel 3: stukken en rechterlijke stappen; artikel 5: voorlopige aanhouding en termijn van 40 dagen; artikel 7: verjaring naar Belgisch recht |
| Artikel 2bis van de wet van 1874 | Waarborgen bij gewone uitlevering | Betreft discriminerende verzoeken, flagrante rechtsweigering, foltering of onmenselijke behandeling en de doodstraf zonder formele garanties. De gedetailleerde weigeringsgronden staan op de Belgische pagina over weigering en rechtsmiddelen. |
| Europees Verdrag betreffende uitlevering van 1957, protocollen en bilaterale verdragen | Verdragspartners buiten de gewone EAB-route tussen EU-lidstaten | Controleer inwerkingtreding, voorbehouden, nationaliteit, specialiteit, transit en termijnen. Belgische voorbehouden betreffen onder meer bijzondere rechtbanken, uitzonderlijk ernstige gevolgen (met name leeftijd of gezondheid) en bepaalde detentie- of tijdelijke-overleveringssituaties. |
| Wet van 19 december 2003 en Kaderbesluit 2002/584/JBZ | EAB-overlevering tussen EU-lidstaten | Artikelen 11 en 16–22 regelen de procedure; artikel 8 staat toe dat de overlevering van een Belg of inwoner die voor vervolging wordt gezocht afhankelijk wordt gemaakt van terugkeer naar België na het proces |
| Overleveringsovereenkomsten EU–Verenigd Koninkrijk en EU–Noorwegen/IJsland | Verzoeken met betrekking tot deze staten | Pas de specifieke overeenkomst toe; artikelen 13 en 14 van de wet van 1874 regelen deze routes |
Sinds 1 september 2026 gebruikt artikel 1, lid 2, van de wet van 1874 de nieuwe Belgische strafniveaus: het feit moet in België strafbaar zijn met een straf van niveau 2 of hoger en in het buitenland met een maximale vrijheidsstraf van meer dan één jaar. Bij tenuitvoerlegging van een opgelegde straf moet die minstens één jaar bedragen; een vrijheidsbenemende veiligheidsmaatregel moet onbepaald zijn of minstens vier maanden duren. Op grond van artikel 1, lid 3, kunnen bepaalde aanvullende feiten in een verzoek over meerdere delicten worden opgenomen, ook als ze afzonderlijk de drempel niet halen. Controleer de beschuldiging en de toepasselijke wetsversie in plaats van op een oudere samenvatting te vertrouwen.
Artikel 2 beperkt ook uitlevering voor feiten die buiten de verzoekende staat zijn gepleegd: met inachtneming van wederkerigheid moet het Belgische recht vervolging van dezelfde feiten buiten België toestaan. Artikel 7 sluit gewone uitlevering uit als vervolging of straf volgens Belgisch recht is verjaard. Artikel 4 bevat een beperktere transitroute waarbij het advies van het hof van beroep uit artikel 3 achterwege kan blijven als aan de verdrags- en wettelijke voorwaarden is voldaan. Transit is niet hetzelfde als een beslissing om iemand uit België uit te leveren.
De Belgische EAB-wet bepaalt ook dat een inkomend bevel vertaald moet zijn in het Nederlands, Frans, Duits of Engels (artikel 2, lid 6). Begrijpt de betrokkene de taal van het bevel of de vertaling niet, laat de advocaat dan de vertaling en de vastlegging van de rechteninformatie controleren. Ga er niet van uit dat een taalprobleem het bevel automatisch ongeldig maakt of de termijn opschort.
Voorkomt de Belgische nationaliteit overlevering?
Bij gewone uitlevering heeft artikel 1 van de wet van 1874 betrekking op een “vreemdeling”; artikel 6 van het Verdrag van 1957 staat staten toe uitlevering van eigen onderdanen te weigeren. Bewijs de nationaliteit met betrouwbare akten van de burgerlijke stand en controleer de juridisch relevante datum en een eventuele bilaterale verdragsbepaling voordat u dit als een absolute regel beschouwt.
Een EAB is anders: België kan eigen onderdanen op grond van EU-recht overleveren. Als een Belg of inwoner voor vervolging wordt gezocht, staat artikel 8 toe dat als voorwaarde wordt gesteld dat die persoon na het proces naar België terugkeert om een vrijheidsstraf of -maatregel te ondergaan. Dat is een mogelijke voorwaarde, geen automatische weigering of gegarandeerde terugkeer. Bij dubbele nationaliteit moet u alle nationaliteiten vaststellen en de verdragsdefinitie en relevante datum controleren; dubbele nationaliteit bepaalt de procedure niet op zichzelf.
Als een derde land de uitlevering vraagt van een EU-burger die onderdaan is van een andere lidstaat, controleer dan de Petruhhin-rechtspraak over informatie-uitwisseling met de nationaliteitsstaat en de mogelijke uitvaardiging van een EAB. Dit is geen algemene immuniteit tegen uitlevering. Raugevicius betreft een andere situatie: een verzoek van een derde land om een straf ten uitvoer te leggen tegen een mobiele EU-burger, wanneer het nationale recht eigen onderdanen toestaat hun straf in eigen land te ondergaan.
Wat als er meerdere verzoeken of een INTERPOL-melding zijn?
Als meerdere EU-staten een EAB tegen dezelfde persoon hebben uitgevaardigd, laat artikel 29 de raadkamer binnen 15 dagen kiezen na advies van de federale procureur. Artikel 30 betreft een ander conflict: een EAB en een uitleveringsverzoek van een derde land. De regering bepaalt binnen 30 dagen na kennisgeving door het openbaar ministerie welke aanvraag voorrang krijgt, rekening houdend met de omstandigheden en het toepasselijke verdrag. De EAB-beslistermijnen van artikelen 16–19 beginnen pas na die prioriteitsbeslissing. De keuze van voorrang is zelf niet de definitieve beslissing om het EAB uit te voeren of de persoon uit te leveren.
Vergelijk elke INTERPOL-Red Notice of diffusion met de feitelijke Belgische aanhoudingsdocumenten. Stel vast of de grondslag een EAB, een voorlopig uitleveringsbevel of een ander nationaal bevel is, of het formele verzoek is aangekomen en welke instantie het dossier behandelt. De melding vervangt de verdrags- en wettelijke stappen niet. Raadpleeg voor gegevens in een melding of een klacht bij de Commissie voor de Controle van INTERPOL-bestanden (CCF) de aparte pagina over INTERPOL-Red Notices en de CCF.
Wat verandert toestemming en wat niet?
Bij een EAB kan toestemming de procedure versnellen: volgens artikel 13 beslist het openbaar ministerie binnen 10 dagen na de toestemming, onder voorbehoud van controle door de onderzoeksrechter op grond van artikel 14. De toestemming moet vrijwillig en geïnformeerd zijn. Zij is niet hetzelfde als afstand van het specialiteitsbeginsel, dat vervolging na overlevering voor eerdere andere feiten dan die in het bevel in beginsel beperkt, behoudens uitzonderingen. Controleer vóór ondertekening of het document toestemming tot overlevering, afstand van een zitting of een afzonderlijke afstand van specialiteit vastlegt; dat zijn verschillende keuzes.
Bij gewone uitlevering hangen toestemming en een eventuele vereenvoudigde procedure af van het verdrag en het Belgische recht. Pas de EAB-termijnen niet toe op een verzoek van een derde land. Overlevering, deportatie en verwijdering hebben eveneens verschillende rechtsgrondslagen en waarborgen; vergelijk uitlevering en EAB-overlevering en uitlevering en deportatie als de documenten onduidelijk zijn.
Wat moet een uitleveringsadvocaat in elke fase doen?
Bij aanhouding moet de advocaat het proces-verbaal, het bevel, de schriftelijke rechteninformatie en vertalingen verkrijgen, de detentietitel vaststellen en elke termijn vanaf de wettelijke trigger berekenen. Voor de zitting moet hij het dossier opvragen, identiteit en stukken controleren, vertolking organiseren en de keuzemogelijkheden uitleggen. In een gewone zaak controleert hij het verdrag en de voorbehouden, de stukken uit artikel 3, de omschrijving van de feiten, nationaliteit, verjaring en de volgorde van rechterlijke en uitvoerende handelingen. Bij een EAB zet hij de verschijning binnen 48 uur, de beslissing binnen 15 dagen, de beroepstermijn van 24 uur en de afzonderlijke overleveringstermijn in de agenda; hij beoordeelt vrijlating onder voorwaarden of borgtocht en controleert of concurrerende verzoeken de aanvang van de EAB-termijn beïnvloeden.
Vóór toestemming of overlevering moet de advocaat specialiteit, een eventuele afzonderlijke afstand, een mogelijke terugkeer voorwaarde en de gevolgen van andere verzoeken uitleggen. Grensoverschrijdend werk kan samenwerking met een advocaat in de verzoekende staat vereisen om betrouwbare stukken en relevante garanties te verkrijgen. Een advocaat kan geen weigering of vrijlating beloven. De taak is het toepasselijke instrument vast te stellen, procedurele rechten te beschermen, bewijs te bewaren en termijnen vanaf de juiste gebeurtenis te berekenen.
Welke documenten moeten de persoon en de familie nu verzamelen?
- Alle stukken van politie, rechtbank, openbaar ministerie, ministerie en buitenlandse autoriteiten, inclusief bewijs van betekening en de envelop of elektronische kennisgeving met de datum.
- Paspoort, identiteits- of verblijfsdocumenten, bewijs van nationaliteit, gewone verblijfplaats en familiebanden.
- Het buitenlandse bevel, de tenlastelegging, het vonnis, de strafberekening en vertalingen — of de naam van de instantie die de stukken bewaart.
- Een tijdlijn van aanhouding, zittingen, betekening van beslissingen, verzoeken om vrijlating, toestemmings- of afstandsverklaringen en een voorgestelde overleveringsdatum.
- Relevante medische stukken, contactgegevens van een vertrouwd familielid, andere bevelen, eerdere uitleverings- of overleveringsprocedures en gerelateerde Belgische procedures.
Onttrek u niet aan de aanhouding, verberg geen bewijs en probeer geen getuigen te beïnvloeden. Bewaar de stukken en geef de advocaat een volledige tijdlijn. Een familielid in het buitenland kan scans en datums bezorgen, maar mag niet aannemen zonder de vereiste volmacht of procesbevoegdheid zelf een rechtsmiddel te kunnen instellen.
Hypothetisch voorbeeld: waarom de eerste kwalificatie telt
Hypothetisch: een Georgische burger wordt op de luchthaven van Brussel staande gehouden na een INTERPOL-melding die verband houdt met een verzoek uit een land buiten de EU. De advocaat moet nagaan of een Belgische onderzoeksrechter een voorlopig bevel op grond van artikel 5 heeft uitgevaardigd, of de persoon kennis heeft gekregen van het buitenlandse bevel en wanneer de termijn van 40 dagen begon. Als de stukken in plaats daarvan een EAB tonen, gelden de verschijning binnen 48 uur en de EAB-beslis- en beroepstermijnen. Verwarring tussen de procedures kan ertoe leiden dat de juiste stap wordt gemist.
Wat laten Belgische en Europese uitspraken zien?
In Trabelsi tegen België (verzoekschrift nr. 140/10, 4 september 2014) stelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) schendingen vast in verband met uitlevering aan de Verenigde Staten, het risico van een niet-reduceerbare levenslange gevangenisstraf en het niet naleven van een voorlopige maatregel. Dit is geen onbeperkte regel voor elke mogelijke straf. In Sanchez-Sanchez tegen het Verenigd Koninkrijk (Grote Kamer, verzoekschrift nr. 22854/20, 3 november 2022) paste het Hof een toets in twee stappen toe op uitlevering vóór veroordeling en week het in die context uitdrukkelijk af van Trabelsi: eerst moet een reëel risico op levenslang zonder voorwaardelijke vrijlating worden aangetoond; pas daarna wordt onderzocht of een mechanisme voor herziening van de straf bestaat. De volledige uitspraak Sanchez-Sanchez staat in de bronnen hieronder; de procesfase en feiten in de verzoekende staat blijven van belang. In een latere uitspraak, Hayes e.a. tegen het Verenigd Koninkrijk (1 juli 2025, verzoekschriften nrs. 56532/22, 56889/22 en 3739/23), stelde het Hof op basis van de omstandigheden van die zaak evenmin een schending van artikel 3 vast, ondanks het gestelde risico van een verplichte levenslange gevangenisstraf zonder voorwaardelijke invrijheidstelling. Het persbericht van de griffie vat de uitkomst samen maar vervangt de uitspraak niet; de beoordeling blijft afhankelijk van de feiten en betekent niet dat elke uitlevering van dit type rechtmatig is.
Bij gewone uitlevering zijn het aanvechten van het advies en het aanvechten van de definitieve uitvoerende beslissing verschillende routes. Het Hof van Cassatie en de Raad van State kunnen afhankelijk van de bestreden handeling verschillende rollen hebben. Bevoegde instantie, toetsingsomvang en termijn moeten worden vastgesteld aan de hand van het betekende document, niet door de EAB-beroepstermijnen over te nemen. De gedetailleerde weigeringsgronden en rechtsmiddelen staan op Hoe uitlevering uit België te stoppen. Een verzoek aan het EHRM of om een voorlopige maatregel is geen automatisch beroep en garandeert geen opschorting; een dringende beoordeling van de concrete zaak is nodig.
Veelgestelde vragen
Betekent een Red Notice dat België mij moet uitleveren?
Nee. De melding kan autoriteiten op een verzoek wijzen, maar de Belgische rechtsgrond voor aanhouding, de verdrags- of EAB-route, de vereiste stukken en de bevoegde beslisser moeten nog worden vastgesteld.
Is 40 dagen de maximale uitleveringsdetentie in België?
Nee. Op grond van artikel 5 van de wet van 1874 moet de persoon binnen 40 dagen na een dringende voorlopige aanhouding kennis krijgen van het formele buitenlandse aanhoudingsbevel. Dit is geen universele maximumduur voor alle uitleveringsdetentie. Andere detentietitels, verdragsregels en toetsingsvereisten moeten afzonderlijk worden gecontroleerd.
Kan tegen een EAB-beslissing beroep worden ingesteld?
Belgisch recht voorziet in beroep van de raadkamer naar de kamer van inbeschuldigingstelling. Volgens artikel 17 zoals van kracht sinds 2 augustus 2026 moet het beroep binnen 24 uur worden ingesteld na betekening aan de persoon of, waar van toepassing, op diens woonadres of gekozen betekeningsadres. De beroepskamer beslist binnen 15 dagen en haar beslissing is niet vatbaar voor cassatie. Het exacte bewijs van betekening is dus cruciaal. De wijziging van 2026 schrapte ook de vroegere regels voor automatische vrijlating uitsluitend wegens het verstrijken van de beslistermijnen van 15 dagen.
Betekent instemming met overlevering dat ik voor elk strafbaar feit kan worden vervolgd?
Nee. Toestemming tot overlevering en afstand van specialiteit zijn verschillend. De omvang van latere vervolging hangt af van het instrument, de toepasselijke regels en een geldige afzonderlijke afstand of toestemming.
Bronnen en officiële materialen
- Belgische wet van 15 maart 1874 over uitlevering, officiële Justel-tekst, inclusief wijzigingen van artikel 1 die gelden vanaf 1 september 2026.
- Belgische wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, officiële Justel-tekst.
- Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad betreffende het Europees aanhoudingsbevel.
- Verdragsbureau van de Raad van Europa: Belgische voorbehouden en verklaringen bij het Europees Uitleveringsverdrag.
- EHRM, Trabelsi tegen België, verzoekschrift nr. 140/10, arrest van 4 september 2014.
- EHRM, Sanchez-Sanchez tegen het Verenigd Koninkrijk, arrest van de Grote Kamer van 3 november 2022 (volledige HUDOC-tekst).
- Officieel persbericht van de EHRM-griffie over uitspraken van 1 juli 2025, waaronder Hayes e.a. tegen het Verenigd Koninkrijk (samenvatting, niet de uitspraak).
- HvJ EU, Lanigan, C-237/15 PPU, 16 juli 2015.
- HvJ EU, Petruhhin, C-182/15, 6 september 2016, en Raugevicius, C-247/17, 13 november 2018.
Het team van de website coördineert grensoverschrijdende verdediging met lokale counsel. Gebruik de aanvraagpagina om een concrete situatie voor te leggen.