Uitlevering per land

Uitlevering vanuit Georgië: procedure en rol van de advocaat

Uitlevering vanuit Georgië wordt niet definitief beslist door de politie of door een INTERPOL-signalering. Het Openbaar Ministerie verwerkt het buitenlandse verzoek, een Georgische rechter beoordeelt de juridische toelaatbaarheid en de minister van Justitie beslist daarna over toestemming voor daadwerkelijke overlevering aan het verzoekende land. Een aangehouden persoon kan de vrijheidsbeneming aanvechten en een minder ingrijpende maatregel vragen terwijl de uitleveringsprocedure nog loopt.

De juiste termijn hangt af van het startpunt: aanhouding, betekening van een rechterlijke beschikking, ontvangst van documenten, uitspraak over de toelaatbaarheid of toestemming voor een vereenvoudigde procedure. Ook nationaliteit, toepasselijk verdrag en procesfase moeten meteen worden vastgesteld.

Welke Georgische instanties behandelen en beslissen een uitleveringsverzoek?

Volgens het officiële Georgische overzicht van nationale uitleveringsprocedures dat op 21 januari 2025 door de Raad van Europa is bijgewerkt, is het Office of the Prosecutor General of Georgia, het bureau van de procureur-generaal, de centrale autoriteit. Artikel 30 van de Organieke Wet op het Openbaar Ministerie regelt de bevoegdheden voor internationale strafrechtelijke samenwerking. Het ministerie van Justitie of het Openbaar Ministerie controleert eerst de buitenlandse stukken. Vervolgens legt de bevoegde aanklager de vraag of uitlevering juridisch toelaatbaar is voor aan de rechter. Het enkele bestaan van een verzoek of een internationale opsporingsmelding is geen rechterlijke toestemming.

Artikel 34 van de Georgische wet op internationale samenwerking in strafzaken noemt voor de gewone toelaatbaarheidsfase de bevoegde districts- of stadsrechtbank. Het overzicht van 2025 vermeldt daarentegen de strafkamer van de stadsrechtbank in Tbilisi bij de beschreven gewone behandeling. Daaruit mag niet worden afgeleid dat een persoon die in Batoemi wordt opgepakt steeds voor elke zitting naar Tbilisi moet. Voor de eerste vrijheidsbeperkende maatregel wijst artikel 30 lid 3 juist de magistraatsrechter van de plaats van arrestatie aan. Een advocaat controleert welke rechtbank voor de concrete zaak is aangewezen.

De onderzoekskamer van het hof van beroep beoordeelt het beroep tegen de eerste detentiebeschikking. Voor cassatie tegen het besluit over de toelaatbaarheid is de strafkamer van het Hooggerechtshof van Georgië bevoegd. Deze routes mogen niet door elkaar worden gehaald. Na de definitieve rechterlijke beslissing volgt het bevel van de minister van Justitie. Bij rechterlijke ontoelaatbaarheid moet de minister weigeren; bij toelaatbaarheid kan de minister nog steeds toestemming weigeren op grond van artikel 34 leden 13–15. Een positieve rechterlijke uitspraak bepaalt dus niet vanzelf de overdrachtsdatum.

Een concrete uitspraak bevestigt dit onderscheid: in zaak 2k-121-I-25 (Hooggerechtshof, 2 december 2025) beval de stadsrechtbank van Rustavi op 11 augustus 2025 uitleveringsdetentie, terwijl de stadsrechtbank van Tbilisi op 18 november 2025 over de toelaatbaarheid van uitlevering oordeelde. Het Hooggerechtshof behandelde in cassatie die tweede beslissing, niet de eerste detentiebeschikking.

Welke Georgische wet, verdragen en voorbehouden gelden?

Hoofdstuk III, artikelen 14 tot en met 36, van de Georgische wet inzake internationale samenwerking in strafzaken regelt de uitlevering vanuit het land. Artikel 2 gaat in beginsel uit van internationale overeenkomsten, met in bepaalde gevallen een individuele overeenkomst. Louter algemene wederkerigheid mag niet als zelfstandige basis voor uitlevering op grond van dit hoofdstuk dienen. De advocaat moet nagaan welke juridische grondslag de verzoekende staat werkelijk gebruikt, of die voor beide landen geldt en welke uitzonderingen erin staan. Een INTERPOL Red Notice is geen uitleveringsverdrag en geen Georgische gerechtelijke beslissing.

Het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 1957 (ETS 024) trad voor Georgië op 13 september 2001 in werking na ratificatie op 15 juni 2001. Wanneer het ook tussen Georgië en de verzoekende staat van toepassing is, heeft artikel 16 betekenis voor voorlopige aanhouding. De aanvullende protocollen gelden niet zonder meer in al hun onderdelen. Georgië aanvaardde hoofdstuk I van het eerste protocol (ETS 086) en hoofdstuk V van het tweede protocol (ETS 098) niet. Georgische verklaringen betreffen onder meer bijzondere gerechten, humanitaire aspecten en de doodstraf. De voorbehouden van de andere staat moeten eveneens worden bekeken.

Georgië is geen lid van de Europese Unie. Het Europees aanhoudingsbevel is daarom geen procedure voor uitlevering vanuit Georgië, ook niet wanneer de verzoekende staat wel EU-lid is. Samenwerking met Eurojust verandert dat niet. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vermeldde in Sumbayev tegen Georgië in 2025 dat Georgië het vierde aanvullende protocol (CETS 212) op 17 juni 2024 had ondertekend maar toen nog niet geratificeerd. De huidige verdragsstatus moet vóór een beroep op de gewijzigde specialiteitsregels afzonderlijk worden gecontroleerd.

RechtsinstrumentToepassing en belangrijke beperking
Georgische samenwerkingswet, artikelen 18, 21, 30, 34, 34¹ en 34²Regelt strafdrempels, eigen onderdanen, detentie, rechterlijke controle, ministersbesluit en toestemming.
Europees Uitleveringsverdrag ETS 024Geldt als beide staten gebonden zijn; artikel 16 betreft voorlopige aanhouding en nationale voorbehouden.
Protocollen ETS 086 en 098Controleer ratificatie en voorbehouden; Georgië heeft de genoemde hoofdstukken I en V uitgesloten.
Andere verdragen of individuele overeenkomstenOnderzoek concrete basis, documenten, vertalingen en termijnen; de 40-dagentermijn geldt niet automatisch overal.

Aanhouding wegens een internationale opsporingsmelding en detentiecontrole

Artikel 30 lid 1 noemt drie mogelijke gronden voor de aanhouding van iemand die door buitenlandse autoriteiten wordt gezocht: een formeel uitleveringsverzoek, een verzoek tot voorlopige detentie in afwachting van uitlevering of de internationale opsporingsstatus. Bij de laatste categorie verlangt lid 2 aanvullende informatie van het buitenland. Een rode INTERPOL-signalering kan tot identificatie of aanhouding leiden, maar beslist niet over de toelaatbaarheid van uitlevering. De raadsman moet het proces-verbaal, de precieze aanhoudingstijd, de buitenlandse stukken en de gebruikte Georgische rechtsgrond opvragen.

De aanhoudende instantie stelt de verantwoordelijke aanklager meteen op de hoogte. Deze moet volgens artikel 30 lid 3 binnen 48 uur na de aanhouding bij de magistraatsrechter van de plaats van aanhouding een verzoek om een beveiligende maatregel indienen. De rechter past artikel 206 van het Georgische Wetboek van Strafvordering toe met de bijzonderheden van uitlevering. Detentie is niet het enige wettige alternatief: een borgstelling of andere toegestane maatregel kan worden besproken. Identiteit, documentatie, noodzaak van de vrijheidsbeperking en persoonlijke omstandigheden moeten afzonderlijk worden beoordeeld.

Tegen de eerste detentiebeslissing staat binnen zeven dagen vanaf de betekening beroep open bij de onderzoekskamer van het hof van beroep. De kamer moet binnen vijf dagen over dat beroep oordelen, artikel 30 lid 5. Voor verlenging, vervanging of beëindiging van de maatregel gelden daarnaast de artikelen 206 en 207 van de strafproceswet en specifieke wettelijke bepalingen. De termijn voor de eerste maatregel is dus niet automatisch die voor iedere latere beschikking. Bewaar zowel de schriftelijke beslissing als het bewijs van de datum van betekening.

Uitleveringsdetentie geldt aanvankelijk drie maanden en kan op een gemotiveerd verzoek van de aanklager maximaal tweemaal door de rechter met telkens drie maanden worden verlengd. Het totale plafond is negen maanden, niet negen maanden verplichte detentie of een gegarandeerde uitleveringsdatum. Ook de bijzondere hernieuwde aanhouding bij uitvoering van een ministerieel bevel blijft onder het totale plafond. Artikel 30 lid 13 bevat bovendien een zelfstandige, urgente plicht: zodra blijkt dat de voor uitlevering aangehouden persoon Georgisch staatsburger is, moet deze onmiddellijk worden vrijgelaten. Betrouwbare nationaliteitsdocumenten zijn dan belangrijker dan enkel een gewoon borgstellingsverzoek.

Van voorlopig arrest naar rechterlijke toetsing en het bevel van de minister

Een voorlopige aanhouding kan plaatsvinden voordat alle buitenlandse uitleveringsstukken zijn ontvangen. Het Georgische overzicht voor de Raad van Europa noemt bij toepassing van het Europees Uitleveringsverdrag een termijn van 40 dagen vanaf de aanhouding voor ontvangst van het formele verzoek. Die verdragsgrens mag niet met het totale detentieplafond van negen maanden worden verward, evenmin zonder controle op andere verdragen worden toegepast. Volgens de artikelen 31 en 34 controleert het ministerie of het Openbaar Ministerie de stukken en kan het om aanvullende gegevens vragen.

Daarna maakt de aanklager het materiaal bekend aan de betrokken persoon, licht diens rechten toe en legt de toelaatbaarheidsvraag binnen een redelijke termijn aan de bevoegde districts- of stadsrechtbank voor. Artikel 34 lid 6 vereist een kennisgeving aan de verdediging tien dagen van tevoren. Partijen wisselen binnen vijf dagen na die kennisgeving de stukken uit die zij aan de rechter willen voorleggen; het verzuim kan tot uitsluiting leiden. De rechtbank stelt binnen zeven dagen na ontvangst van het verzoek een zittingsdatum vast. Het vaststellen van die datum is niet hetzelfde als binnen zeven dagen definitief beslissen.

Het toelaatbaarheidsbesluit kan volgens artikel 34 lid 11 binnen zeven dagen na uitspraak in cassatie worden aangevochten bij de strafkamer van het Georgische Hooggerechtshof. Dat hof stelt binnen vijf dagen na ontvangst van de cassatie een eerste zitting vast. De definitieve rechterlijke beslissing wordt binnen vijf dagen aan het ministerie meegedeeld; pas daarna beslist de minister over toewijzing of weigering. Artikel 34 lid 14 noemt de positieve ministersbeslissing binnen deze wettelijke uitleveringsroute definitief en niet vatbaar voor beroep. Een detentieberoep, cassatie over de toelaatbaarheid en eventuele zelfstandige grondrechtelijke stappen hebben verschillende doelen en vereisten.

FaseBevoegde instantie en startmomentWat de verdediging doet
AanhoudingAanklager verzoekt plaatselijke magistraatsrechter binnen 48 uur na aanhouding.Tijd, identiteit en minder zware alternatieven vastleggen.
Voorlopig arrest onder ETS 024Formeel verzoek binnen 40 dagen na aanhouding bij toepasselijkheid van verdrag.Toepasselijk verdrag en ontvangsttijd controleren.
Controle documentenMinisterie of Openbaar Ministerie volgens artikelen 31 en 34.Buitenlands bevel, feiten, identiteit en vertalingen vergelijken.
Voorafgaande kennisgevingDe officier van justitie informeert de verdediging 10 dagen vóór indiening van het verzoek tot vaststelling van de toelaatbaarheid bij de bevoegde districts- of stadsrechtbank; indiening volgt binnen een redelijke termijn (artikel 34 lid 6).Dossier inzien en schriftelijke argumenten voorbereiden.
StukkenuitwisselingPartijen binnen vijf dagen na kennisgeving, artikel 34 lid 6².Bewijs tijdig delen om uitsluiting te vermijden.
Bepaling zittingDistricts- of stadsrechtbank binnen zeven dagen na verzoek.Zittingsdatum niet met eindbeslissing verwarren.
CassatieStrafkamer Hooggerechtshof; zeven dagen vanaf uitspraak en eerste zitting binnen vijf dagen na ontvangst.Rechtsvragen tijdig opwerpen.
Ministerieel bevelMinister na definitieve rechterlijke uitspraak, artikel 34 lid 14.Niet uitgaan van automatisch bestuursrechtelijk beroep; andere rechtsbescherming afzonderlijk onderzoeken.

Georgisch staatsburgerschap, dubbele strafbaarheid en belemmeringen

Artikel 21 verbiedt in beginsel de uitlevering van Georgische staatsburgers, tenzij een toepasselijk internationaal verdrag anders bepaalt. Een woonadres, geboorteplaats of familieband is niet genoeg om de nationaliteit vast te stellen. Zorg voor een geldig paspoort, nationaliteitsverklaring of bevestiging uit een betrouwbaar register. Zodra voor een aangehouden persoon het Georgische staatsburgerschap is vastgesteld, moet volgens artikel 30 lid 13 onmiddellijke vrijlating volgen. De raadsman hoort zulke bewijzen meteen te presenteren; een eventuele verdragsuitzondering voor uiteindelijke uitlevering wordt apart onderzocht.

Artikel 18 eist normaal gesproken dat het gestelde gedrag in beide staten strafbaar is met ten minste één jaar gevangenisstraf of een zwaardere straf. Bij uitlevering voor tenuitvoerlegging van een veroordeling geldt in beginsel een opgelegde vrijheidsstraf van minimaal vier maanden. Voor een verzoek dat meerdere delicten omvat, bestaan bijzondere regels om ook bepaalde feiten onder de afzonderlijke drempel mee te nemen. Bij dubbele strafbaarheid wordt de feitelijke gedraging vergeleken en niet uitsluitend de benaming van misdrijven. Een toepasselijk verdrag kan op onderdelen afwijken.

De artikelen 19–29 bevatten belemmeringen rond politieke of militaire feiten, de doodstraf, verstekvonnissen, verjaring, eerdere Georgische beslissingen, internationale bescherming en een ernstig risico op foltering of onmenselijke behandeling. De rechtsgevolgen verschillen; sommige verboden zijn dwingend en andere afhankelijk van uitzonderingen en voldoende bewijs. De wijzigingen uit 2025 hebben ook gevolgen voor beschermingsstatus en de beoordeling van een veilig derde land. De rechter moet elk relevant obstakel aan de hand van wet en verdrag onderzoeken. Een diepgaande bespreking van bezwaargronden en bewijsvoering hoort bij de afzonderlijke pagina over het tegenhouden van uitlevering vanuit Georgië.

Vereenvoudigde uitlevering: definitieve toestemming en het specialiteitsbeginsel

De artikelen 34¹ en 34² beschrijven een afzonderlijke vereenvoudigde route. Dat is niet hetzelfde als zwijgen of afstand doen van een mondeling verweer in de gewone procedure. De gezochte persoon moet voor de districts- of stadsrechtbank vrijwillig en geïnformeerd toestemming geven. De rechter controleert de gevolgen en de kennis van het dossier. Een advocaat moet aanwezig zijn en zo nodig een tolk. Artikel 34² lid 4 bepaalt uitdrukkelijk dat de tegenover de rechter gegeven toestemming definitief en onherroepelijk is. De minister blijft verantwoordelijk voor een afzonderlijk besluit over de feitelijke uitlevering.

Bij bepaalde aanhoudingen op basis van voorlopige verzoeken of internationale opsporing vraagt de aanklager de toestemmingszitting niet eerder dan op de vijfde en niet later dan op de zevende dag aan, behoudens verdragsafwijking. De rechter plant de zitting binnen 24 uur na het verzoek. Na toestemming dient de aanklager binnen vijftien dagen de vereenvoudigde toelaatbaarheidsaanvraag in; de rechter beslist binnen 24 uur na ontvangst van het materiaal. Het ministeriële besluit wordt binnen twintig dagen na toestemming aan de verzoekende staat bekendgemaakt; de overdracht vindt normaal binnen tien dagen na die bekendmaking plaats. Wanneer aanvullende informatie wordt verlangd, worden bepaalde vereenvoudigde termijnen buiten beschouwing gelaten. De afzonderlijke aanvangsmomenten zijn cruciaal.

Volgens het gewone specialiteitsbeginsel mag de ontvangende staat de uitgeleverde persoon niet zonder verdere voorwaarden vervolgen voor bepaalde oudere feiten buiten het verzoek. Artikel 34² lid 19 laat die gewone beperking bij Georgische vereenvoudigde uitlevering echter vervallen; eventuele verdragsregels moeten mede worden onderzocht. Toestemmen is niet hetzelfde als schuld bekennen en heeft geen automatische betekenis voor borgstelling. De wetswijzigingen van 2025 betreffen bovendien lopende procedures voor internationale bescherming. Vergelijk vóór onherroepelijke toestemming alle buitenlandse aanklachten, mogelijke uitbreiding van vervolging en gevolgen voor een beschermingsaanvraag.

De afzonderlijke Georgische wet inzake internationale bescherming, gewijzigd op 25 juni 2026, bevat een bijzondere termijn voor personen in een uitleveringsprocedure. Artikel 26 verplicht tot informatie over het recht bescherming te vragen en geeft in beginsel 10 kalenderdagen na ontvangst van die informatie om een aanvraag te doen. Bij een aantoonbaar geldige reden kan de termijn volgens artikel 26 lid 5 worden hersteld; zonder geldige reden kan een te late aanvraag worden geweigerd. Volgens artikel 26 leden 4 en 8 en artikel 32 lid 6 schorst het aanvechten van bepaalde afwijzings- of niet-ontvankelijkheidsbesluiten de uitlevering niet automatisch. Na betekening van een versnelde afwijzing eindigt de wettelijke asielzoekersstatus ook bij beroep. Een afzonderlijk verbod op overdracht bij een werkelijk risico op foltering blijft gelden: dat risico moet vóór overdracht met persoonlijke bewijzen worden onderbouwd.

Meerdere verzoekende staten, uitstel van overdracht en Straatsburgse rechtspraak

Komen er uitleveringsverzoeken van verschillende landen, dan verlangt artikel 32 dat de toelaatbaarheid van ieder verzoek wordt bekeken. Daarna kiest de minister op basis van onder meer ernst en plaats van de feiten, datum van de verzoeken en nationaliteit. Een verzoek van het Internationaal Strafhof heeft bijzondere voorrang boven concurrerende uitleveringsverzoeken van staten. Dat is geen Europees aanhoudingsbevel en biedt de gezochte persoon geen onbeperkte keuze voor het land waarheen hij gaat.

Artikel 33 maakt uitstel mogelijk wanneer in Georgië een strafprocedure loopt of de persoon daar een straf ondergaat, en ook wegens bepaalde humanitaire omstandigheden. Tijdelijke overdracht onder de voorwaarde van terugkeer naar Georgië is afzonderlijk geregeld. De minister neemt de beslissing over uitstel. Artikel 36 heeft betrekking op doorvoer van een uitgeleverd persoon door Georgië; doorvoer mag niet met uitlevering vanuit het land worden gelijkgesteld. De betrokken instanties en documenten verschillen.

In Sumbayev tegen Georgië (verzoekschrift 45240/22, beslissing van 24 juni 2025) verklaarde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een klacht niet-ontvankelijk die was gebaseerd op de veronderstelling dat Georgië later zou instemmen met nieuwe vervolging na een al voltooide uitlevering. De beweerde toekomstige instemming was niet gegeven en de gevreesde situatie was speculatief. In paragrafen 50–52 verwierp het Hof ook een algemene veronderstelling dat uitleveringskwesties tot de bevoegdheid van bestuursrechters behoren. Deze beslissing over ontvankelijkheid heeft geen algemene afwijzing van bescherming tegen een concreet, actueel folterrisico vóór overdracht tot gevolg. Zij schept evenmin een gewoon beroep tegen iedere ministeriële toestemming. Artikel 34 lid 14 verklaart dat ministeriële besluit binnen de uitleveringsroute al definitief; eventuele constitutionele of verdragsrechtelijke maatregelen moeten aan hun eigen voorwaarden worden getoetst voordat iemand wordt overgedragen.

Latere Georgische rechtspraak beperkt de werking van uitsluitend algemene bezwaren tegen uitlevering. In zaak 2k-115-I-25 (10 november 2025) verwierp de strafkamer beweringen over politieke vervolging en gevangenisrisico zonder op de betrokkene toegesneden bewijs. Zij onderscheidde rechterlijke toelaatbaarheid van de latere beoordeling van de daadwerkelijke overdracht door de minister, inclusief artikel 29 lid 3. Uitspraak 2k-96-I-25 (24 juli 2025) verlangt eveneens concrete feiten over persoonlijk risico. De advocaat moet relevante persoonlijke stukken in de juiste procedure overleggen en niet suggereren dat een gewoon hoger beroep tegen het ministeriële bevel openstaat.

Wat de aangehouden persoon, familie en Georgische advocaat nu moeten doen

Leg onmiddellijk het tijdstip en de plaats van arrestatie, de detentieautoriteit, de verzoekende staat en de datum waarop iedere beschikking is betekend vast. De Georgische strafrechtadvocaat vraagt om het buitenlandse signaal, controleert of de formele uitleveringsstukken al zijn ingediend en bepaalt welke lokale magistraatsrechter over de bewaring beslist. Hij beoordeelt borgstelling, minder zware maatregelen en de wettelijke maximale detentieduur. Bewijzen van Georgisch staatsburgerschap krijgen voorrang, omdat artikel 30 lid 13 onmiddellijke vrijlating voorschrijft zodra die nationaliteit is vastgesteld.

Bij ontvangst van de stukken worden buitenlands aanhoudingsbevel of uitvoerbaar vonnis, feiten met tijd en plaats, strafbepalingen, opgelegde straf, eerdere uitspraken, identiteit en vertalingen vergeleken. Volgens de officiële Georgische procedure kunnen documenten afhankelijk van het verdrag in het Georgisch, Engels of Russisch worden aanvaard; bij een zeer lange tenlastelegging kan een beknopte feitenbeschrijving noodzakelijk zijn. De advocaat bewaakt apart de tien dagen voorafgaande kennisgeving, de vijf dagen voor documenten, de zeven dagen voor zittingsbepaling en de zeven dagen voor cassatie na uitspraak.

Hypothetisch voorbeeld: een Turkse staatsburger zonder Georgische nationaliteit wordt op de luchthaven van Batoemi aangehouden wegens een internationale opsporingsmelding. De melding kan onder de informatievereisten van artikel 30 een aanhouding in gang zetten, maar staat niet gelijk aan een uitleveringsbesluit. De verdediging begint bij de plaatselijke rechter met identiteit en borgstelling en controleert vervolgens de toepasselijke overeenkomst en formele aanvraag. Pas na een gerechtelijk oordeel over de toelaatbaarheid beslist de minister over de overdracht. Familieleden kunnen op afstand documenten bundelen en één gemachtigde contactpersoon aanstellen.

  • Bewaar arrestatietijden, rechterlijke besluiten en bewijzen van betekening.
  • Verzamel nationaliteits- en identiteitsbewijs, buitenlandse bevelen en betrouwbare vertalingen.
  • Leg medische behoeften en concrete redenen voor een alternatief voor detentie vast.
  • Houd detentieberoep, cassatie en onherroepelijke vereenvoudigde toestemming uit elkaar.
  • Wijs één gemachtigde contactpersoon voor de Georgische verdediger aan.

Voor de specifieke verweren tegen uitlevering vanuit Georgië; Voor de lokale rechtbankpraktijk in Batoemi en Tbilisi; Voor een overzicht van de uitleveringsprocedure. Het team kan grensoverschrijdende verdediging met bevoegde lokale advocaten coördineren: Consultation.

Veelgestelde vragen

Is een rode INTERPOL-signalering voldoende voor uitlevering?

Nee. Zij kan met de informatie uit artikel 30 een arrestatie ondersteunen, maar geen gerechtelijke toelaatbaarheidsbeslissing of ministerieel besluit vervangen.

Moet de familie voor de eerste zitting naar Tbilisi?

Niet noodzakelijk. De magistraatsrechter van de aanhoudingsplaats behandelt de eerste maatregel; de rechter voor de latere uitlevering moet afzonderlijk worden bepaald.

Betekent negen maanden dat iemand negen maanden vast moet blijven?

Nee. Het is een wettelijk maximum met mogelijke alternatieven en rechterlijke verlengingen. Bij vastgesteld Georgisch staatsburgerschap geldt onmiddellijke vrijlating onder artikel 30 lid 13.

Kan toestemming voor de vereenvoudigde procedure worden ingetrokken?

Nee. Artikel 34² lid 4 maakt toestemming voor de rechter onherroepelijk; bespreek eerst specialiteit, extra vervolging en bescherming.

Officiële wetgeving en rechtspraak

Laatst bijgewerkt: 2026-10-24

Auteur: Razmik Khachatrian

Internationale uitlevering en grensoverschrijdende juridische diensten · LEX EXTRADITION by Lex Agency LLC · Auteursprofiel